Over vrede gesproken

 

Geliefde broeder Johannes,

Verscheidene dagen geleden ontving ik jouw brief. Als ik terug tel, hebben jullie in Albaniana het sterven en de opstanding van onze Heer gevierd in ‘mensis aprilis’. Inmiddels zijn we in ‘mensis maius’ en juist deze dagen (9, 11 en 13 maius) wordt overal om mij heen Lemuria gevierd. De Romeinen geloven dat in elk huis boze geesten van overledenen ronddolen - 'lemures' worden ze genoemd. Tijdens Lemuria worden zwarte bonen rondgestrooid in de huizen als offer om de lemures te verdrijven. Natuurlijk doen wij hier niet aan mee; ik vertel je dit om aan te geven hoe bang mensen zijn dat kwade machten hun leven negatief beïnvloeden. Daarom trouwen Romeinen ook nooit in de maand maius, want dan roep je een ongelukkige toekomst over je af.

In onze vorige brieven hebben we elkaar geschreven over hoe onze Joodse broeders (ik blijf hen broeders noemen, ook al zijn we ver uit elkaar gegroeid) krampachtig zich aan de wetten willen houden. Welnu, broeder Johannes, hier in Efeze hebben wij ook heel veel te maken met angst voor de goden die men vereert. De vraag “doe ik het wel goed?” spookt door de hoofden. “Doe ik het wel goed? Geef ik de goden wat ze willen? Geef ik de juiste offers? Zullen ze tevreden zijn over mijn religieuze ijver?” En elke tegenslag wordt verklaard als straf van de goden voor verkeerde offers.

Nu moet ik bekennen dat wij lang geleden in de dagen na de verschrikkelijke kruisdood van onze Heer ook bang waren. Vooral op de derde dag na Zijn sterven. Die ochtend was ik met Petrus naar de graftuin gegaan omdat Maria ons was komen vertellen dat het lichaam van Jezus geroofd was. Ik had met eigen ogen gezien dat het graf leeg was. Dat bracht me in verwarring en ik begon te geloven dat de Heer was opgestaan, maar helemaal zeker was ik daar niet van. Voor de zekerheid bleven we maar binnen en waren bang. Niet voor boze geesten of zo, maar voor een inval van Joodse soldaten die ons ervan zouden beschuldigen dat wij het lichaam van Jezus hadden weggehaald en misschien het fabeltje zouden gaan rondbazuinen dat Jezus weer leefde.

En toen gebeurde het: ineens stond Jezus in de kamer. Hoe was Hij binnen gekomen? Geen idee, maar Hij was het echt, want Hij liet ons Zijn doorboorde handen zien. Hij wenste ons vrede toe. Wat waren we blij! Hij leefde dus echt. Achteraf herinnerde ik mij dat Hij een paar dagen eerder had gezegd “mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan”. Dat klopt helemaal: de Joden leven krampachtig, de Romeinen zijn doodsbang, maar wij, wij leven in vrede. Ik heb de brief gelezen die onze broeder Paulus zo’n 30 jaar geleden geschreven heeft aan de gemeente hier in Efeze. Ik heb ‘m bewaard, er staat onder andere in: “U leefde zonder hoop en zonder God in deze wereld. Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door Zijn bloed”. En even verderop: “Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader”.

Broeder Johannes, wat ben ik dankbaar dat de Geest ons die vrede geeft. Dat gaat mijn verstand te boven (broeder Paulus schijnt dit ooit zo geschreven te hebben), maar het behoedt mij voor angst en houdt mij dichtbij de Heer. Wil je dit alsjeblieft doorgeven aan jouw gemeenteleden in Albaniana?! Het zal ze helpen om blij te zijn in de Heer.
 

Met vredevolle groet,

Johannes
 

Beste Johannes, 

Ook in onze ‘mensis maius’ (mei) is vrede een belangrijk woord. Door de eeuwen heen zijn er oorlogen geweest. Volken en volksgroepen die elkaar bevechten. Koningen en keizers die meer macht willen, meer aanzien, meer status. En die zo angstig zijn dat iemand hun macht afpakt, dat ze er niet voor terugdeinzen hun naaste familieleden te vermoorden. In geschiedenisboeken heb ik gelezen dat tijdens jouw leven diverse keizers dit gedaan hebben. Ik heb ook gelezen dat Domitianus, die in Rome zetelt in de jaren dat jij in Efeze bent, zich nota bene ‘dominus et deus’ laat noemen - heer en god. En dan heb ik het nog niet eens over de vervolgingen van onze geloofsgenoten sinds de grote brand in Rome (voor jou bijna 30 jaar geleden, voor ons in het jaar 64 na Chr.), waarbij keizer Nero tientallen, misschien wel honderden broeders en zusters liet martelen en ter dood brengen. Vreselijk! Ik hoop dat het in Efeze rustig en vredig is als je dit leest, maar helemaal gerust ben ik daar niet over.

In onze tijd zijn er ook heersers en tirannen. Ruim 80 jaar geleden was ons land onder de voet gelopen door vijandelijke legers uit het noordoostelijke deel van Germania, met een machthebber die wereldheerser wilde geworden. Vijf jaar duurde deze periode, en toen werden we bevrijd door legers van landen ten westen van de grote zee en uit het oosten. Op 4 mei staan onze landgenoten stil bij de slachtoffers van deze bezetting. En op 5 mei vieren we de vrijheid en vrede.

Stadhouder Pilatus zei ooit tegen Jezus: “wat is waarheid?” Vandaag schrijf ik: wat is vrede? Ik ben heel blij dat er in ons land niet gevochten wordt. Helaas gebeurt dat in andere landen wel. De laatste tijd is vooral de dreiging vanuit het oosten beangstigend. In onze briefwisseling Johannes bemoedigd(t) schreef ik hier al over en - hoe opmerkelijk - jij haalde toen al de uitspraak van je neef aan “Ik laat jullie vrede na”.

Vrede is veel meer dan: geen strijd, geen oorlog. Vrede is sjaloom. En zoals jij Paulus aanhaalt: Jezus heeft die vrede gebracht. En die begint van binnen, in ons hart. Ik ben zó blij, Johannes, dat ik die vrede mag ervaren. Ik heb de afgelopen jaren best wel wat meegemaakt, ook heel verdrietige dingen, maar ik ben God dankbaar dat Hij mij vrede geeft.
Vrede voel ik ook omdat ik niet bang hoef te zijn voor God of voor mensen - zoals de Romeinen in jouw tijd. Jij zegt dat zo mooi in een van jouw brieven: “Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook”.
En ik hoef me ook niet te bewijzen of voor God te presteren, want Christus onze Heer heeft mij geaccepteerd zoals ik ben. Hij heeft vergeving gebracht, ook voor mij.

Ik ga stoppen. Maar niet nadat ik je verteld heb dat het vandaag vrijdag 13 mei is. In jouw tijd was er veel bijgeloof - nou, nú ook. Vrijdag de dertiende - veel mensen denken dat dit een ongeluksdag. Ik heb daar geen last van en laat me er niet door van de wijs brengen.

Ik sluit af met een lied dat we van tijd tot tijd in onze samenkomsten zingen:

Vrede van God, de vrede van God,
de vrede van God zij met jou.
Vrede van Hem, vrede van God,
de vrede van God zij met jou.
 
 
 
Johannes